Voetbal | De Basis

Dit applicatie-design is gemaakt door Timo Bergmans voor een opdracht tijdens de talentweek.

In deze applicatie wordt de basiskennis van de voetbalsport uitgelegd.
Er is gebruik gemaakt van een iPhone mockup waar het applicatie design in staat.

De gebruiker kan ervoor kiezen om uitleg over de sport zelf te bekijken,
of om de verschillende formaties en posities die de sport heeft te bekijken.


Ben je benieuwd naar het design?
Klik dan snel op de onderstaande pijl om de app te openen!

Voetbal begint bij de basis.

Een opstelling bestaat altijd uit 11 spelers. 1 Keeper en 10 veldspelers. De posities waarop de spelers kunnen spelen zijn voorzien van een vast nummer. Als een speler dus bijvoorbeeld op positie 9 moet starten, begint hij als ‘Spits’.

Een positie is een bepaalde plek op het veld, een opstelling is de indeling van alle 10 veldspelers over het veld.

Elke speler op het veld heeft bepaalde taken die hij uit moet voeren, meer over de verschillende taken kun je lezen in deze app via het kopje Taken.

Keeper

De nummer 1 uit de opstelling is de keeper. Hij staat in de goal en moet ervoor zorgen dat de tegenstander niet scoort door alle ballen tegen te houden.





Rechtsback

De nummer 2 uit de opstelling is de keeper. Hij moet de linkeraanvaller bijhouden en kan via de rechter kant mee naar voren komen bij een aanval.

Laatste man

De nummer 3 uit de opstelling is de laatste man. Hij moet de spits van de tegenstander bijhouden voorkomen dat hij scoort.

Voorstopper

De nummer 4 uit de opstelling is de voorstopper. Hij moet samen met de laatste man de spits bijhouden maar kan ook vaak mee op komen.

Linksback

De nummer 5 uit de opstelling is de linksback. Hij moet de rechteraanvaller bijhouden en kan via de linker kant mee naar voren komen bij een aanval.

Rechter Middenvelder

De nummer 6 uit de opstelling is de rechter middenvelder. Hij bepaalt het spel aan de rechterkant van het veld en kan het spel verleggen naar de andere kant.

Rechter Aanvaller

De nummer 7 uit de opstelling is de rechter aanvaller. Hij moet zijn verdediger afschudden en zorgen voor voorzetten op de spits, zelf scoren is ook een optie.

Linker Middenvelder

De nummer 8 uit de opstelling is de linker middenvelder. Hij bepaalt het spel aan de linkerkant van het veld en kan het spel verleggen naar de andere kant.

Spits

De nummer 9 uit de opstelling is de spits. Hij moet zorgen voor de goals, hij dient als aanspeelpunt voor de vleugelspelers en de nummer 10.

Centrale Middenvelder

De nummer 10 uit de opstelling is de centrale middenvelder. Hij moet het spel verdelen en mee aanvallen en verdedigen, deze speler maakt meestal de meeste meters in een wedstrijd.

Linker Aanvaller

De nummer 11 uit de opstelling is de linker aanvaller. Hij moet zijn verdediger afschudden en zorgen voor voorzetten op de spits, zelf scoren is ook een optie.

4-1-2-3

Het 4-1-2-3-systeem lijkt op het 4-3-3-systeem en is bijna hetzelfde als het 4-2-1-3-systeem. Bij deze opstelling speelt het middenveld alleen met twee aanvallende middenvelders en 1 verdedigende middenvelder.

Deze opstelling wordt vaak gebruikt door teams die met 3 aanvallers willen spelen maar ook veel aanvallende middenvelders in hun team hebben. Daarom wordt er dan voor gekozen om met 2 aanvallende middenvelders te spelen.

4-3-3

Het 4-3-3-systeem lijkt op andere systemen. Het is een ontwikkeling van het 4-2-4-systeem en een aanvallende variant van 4-5-1. De extra middenvelder zorgt voor meer defensieve zekerheid, maar ook voor een makkelijkere opbouw. De drie middenvelders spelen meestal dicht op elkaar, om verdedigen makkelijker te maken, maar ook om ruimte te maken voor opkomende backs.

Op het middenveld moet een keuze gemaakt worden tussen aanval en verdediging. Sommige teams spelen met twee verdedigende en één aanvallende middenvelder anderen doen het andersom. De 4-3-3-formatie, afkomstig uit Zuid-Amerika, werd in de jaren 70 ook populair in Europa. In Nederland voerden voetbaltrainers Ernst Happel van Feyenoord en Rinus Michels van Ajax het 4-3-3-systeem rond dezelfde tijd met veel succes in.

Teams die tegenwoordig nog 4-3-3 spelen gebruiken vaak een zeer defensieve middenvelder.

4-3-2-1

Bij deze formatie wordt er gespeeld met vijf middenvelders. Twee ervan sluiten vaak aan bij de enige spits en de rest richt zich meer op verdedigen.

Terry Venables was de eerste coach die dit systeem gebruikte, tijdens Euro 96.

4-4-2

De formatie is zo bekend dat er in Engeland zelfs een tijdschrift naar is genoemd: FourFourTwo. Meestal speelt één van de centrale middenvelders aanvallend om de spitsen te ondersteunen en de andere centrale middenvelder speelt dan verdedigend. De buitenste middenvelders moeten zowel aanvallen als verdedigen.

De 4-4-2 met een ruit, of 4-1-2-1-2 is een variatie op het 4-4-2-systeem. Er wordt dan met een ruit op het middenveld gespeeld, waardoor het verschil tussen de aanvallende en verdedigende middenvelder nog duidelijker is.

Een andere variatie is 4-4-1-1. Er wordt dan met een tweede spits gespeeld, die de ballen op het middenveld gaat halen. Deze tweede spits is vaak een creatievere speler dan de diepste spits, die meestal een afmaker is.

4-5-1

In principe is 4-5-1 een verdedigende formatie, maar als de buitenste middenvelders aanvallend ingesteld zijn, kan het bij balbezit op een 4-3-3-systeem gaan lijken.

Deze formatie wordt vaak gebruikt om 0-0 te spelen of om een voorsprong vast te houden.

4-2-1-3

Het 4-2-1-3-systeem lijkt op het 4-3-3 systeem, maar met deze formatie speelt het middenveld met twee verdedigende middenvelders en maar één aanvallende. Deze formatie wordt vooral gebruikt door teams die graag met 3 aanvallers spelen, maar toch verdedigende zekerheid willen hebben.

4-2-3-1

Deze formatie wordt de laatste jaren steeds vaker gebruikt, onder andere door het Nederlands elftal. 4-2-3-1 is ideaal om toe te slaan in de counter. Bij balverlies staan er vier verdedigers en twee verdedigende middenvelder en bij balbezit schakelen de backs om naar de aanval en worden de drie aanvallende middenvelders gebruikt om de spits te bereiken, via een voorzet of steekpass. Vaak is de spits groot en sterk aan de bal, zodat hij de bal vast kan houden, totdat anderen hem komen ondersteunen. Soms wordt een van de twee verdedigende middenvelders ingeruild voor een creatieve man, waardoor het baltempo omhoog kan, om wat meer controle op de aanval te krijgen, en waardoor er dus meer kansen gecreëerd kunnen worden.

4-1-2-1-2

4-1-2-1-2 is een formatie waarbij het middenveld in een ruit speelt. Twee middenvelders aan de buitenkant en een aanvallende en verdedigende middenvelder. Bij deze formatie heeft zowel de verdediging als de aanval dus als het ware 1 speler extra.

5-3-2

Bij dit systeem wordt er gespeeld met drie centrale verdedigers, waarvan er meestal één als libero speelt. In dit systeem zijn de backs belangrijk, omdat er veel gelegenheid is voor hen om mee te gaan in de aanval.

Soms wordt 5-3-2 ook gespeeld met een inschuivende libero. De laatste man schuift dan bij balbezit door en sluit aan bij het middenveld.

3-4-3

3-4-3 Wordt gezien als een riskante formatie, omdat de tegenstander meestal makkelijk scoort zodra ze door het middenveld heen gebroken zijn. Er staan maar drie verdedigers en zo is het al snel drie tegen drie of zelfs vier tegen drie in het voordeel van de tegenstander. Als de formatie echter goed wordt gebruikt en met de juiste spelers gespeeld wordt, kan 3-4-3 leiden tot zeer aantrekkelijk en succesvol voetbal. Johan Cruijff liet dit bijvoorbeeld zien met zijn Dream Team bij FC Barcelona in 1992. Een paar jaar later won Ajax de Champions League in dit systeem met Louis van Gaal als coach.

3-5-2

Dit systeem werkt hetzelfde als 5-3-2, maar de backs worden middenvelders en denken aanvallender. Meestal speelt de meest centrale middenvelder dan iets verdedigender, om counteraanvallen van de tegenstander te voorkomen. Soms wordt het ook omgekeerd en spelen er twee centrale middenvelders verdedigend, terwijl de meest centrale middenvelder juist aanvallender ingesteld is.

Een team bestaat uit 11 spelers, maar natuurlijk ook uit een trainer. De spelers en trainer hebben allemaal taken binnen en buiten het veld die zij uit moeten voeren.

De Trainer

De trainer moet ervoor zorgen dat de formatie duidelijk naar de spelers wordt overgebracht, zodat elke speler weet op welke positie hij moet spelen. Daarnaast moet de trainer zijn spelers een aantal taken meegeven die zij uit moeten voeren om de wedstrijd goed te laten verlopen.

Taken voor het Team

De belangrijkste taken die telkens weer terug komen in het spelletje voetbal zijn samenwerken, communicatie en ...
Als elke speler deze taken goed uitvoert, ontstaat er een bepaalde structuur binnen het team en kunnen spelers zich ontwikkelen.

Speciale taken

Naast de verschillende taken die voor het hele team gelden, zijn er natuurlijk ook spelers met speciale taken.
Zo heeft het team natuurlijk een aanvoerder, dit is de generalist van het team die alle spelers aanstuurt en het team 'draagt'.
Naast een aanvoerder zijn er ook spelers nodig die ergens specialist in zijn. Zo is er iemand nodig die goed is in het nemen van vrije trappen, en iemand die goed corners kan nemen.

Resultaat

Wanneer alle taken door elke speler goed worden uitgevoerd, wint het team wedstrijden. Natuurlijk moet er altijd kritisch worden teruggekeken, zodat alle dingen die nog niet goed gaan ook aangepakt kunnen worden.

Voor een team waarin de spelers hun individuele taken niet goed uitvoeren, geldt natuurlijk dat zij hieraan gaan werken om een bepaalde structuur op te bouwen. Daarna kan er dan ook gewerkt worden aan de dingen die nog niet goed gaan.

Herkenbaar?

Al deze taken komen je misschien wel bekend voor. Deze taken gebruik je namelijk ook altijd op school, kun je iets niet alleen of moet je iets met een groep doen, dan ga je samenwerken. Ook specialisten zie je terug in elke klas, in elke klas zitten wel een paar mensen die ergens heel erg goed in zijn, of misschien iedereen wel.

Ben jij ergens nog niet zo goed in zoals je zou willen, dan ga je daar aan werken door kritisch naar jezelf te kijken om vervolgens iets te ondernemen waardoor je je ontwikkeld.
Dit kun je doen door een bepaalde methode te gebruiken, of je kunt informatie verkrijgen door het op te zoeken of hulp te vragen aan je klasgenoten die het weten! Je kunt dan telkens terugkijken of je beter bent geworden in dat gene dat je wil en uiteindelijk kun je kijken of je het niveau hebt bereikt dat je voor ogen had.

Het is dus erg belangrijk om jezelf bepaalde taken te geven die je na moet komen, daardoor ga je jezelf ontwikkelen en kan je ergens erg goed in worden. Als je dan moet samenwerken hebben jouw klas- of teamgenoten hier profijt van.